Na 1850 werd de trein hét vervoermiddel voor de Twentse textielindustrie, bijvoorbeeld voor de aanvoer van steenkool, brandstof voor de talloze stoommachines in de nieuwe textielfabrieken die alom werden gebouwd, maar ook voor het snelgroeiende aantal huishoudens in Twente.

Twee-assige open goederenwagens bestonden al langer, maar vooral in de eerste helft van de 20e eeuw werden ze in duizenden exemplaren van enkele standaardtypen gebouwd om aan de groeiende vraag naar steenkool te voldoen. Die steenkool moest vervoerd worden vanuit de Limburgse, maar ook vanuit Duitse mijnen naar huishoudens en bedrijven in heel Nederland. Ze werden gebouwd voor de Nederlandsche Spoorwegen en haar voorgangers, maar sommige bedrijven (zoals de Staatsmijnen) hadden ook eigen kolenwagens in dienst.

Deze kolenwagen van de Staatsmijnen bevindt zich in de collectie van de Museum Buurtspoorweg.
Foto: Frank Noordink

Dit object is onder nummer 2.000.0041 ingeschreven in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.


Kolentreinen voor de Twentse textielindustrie rijden er al lang niet meer, maar de historische modelspoorbaan Zuiderspoor in Enschede houdt de herinnering levend. Hier worden de fabrieken nog altijd van de nodige steenkool voorzien. Op de website van deze historische modelspoorbaan is bovendien een speciale webpagina gewijd aan het kolenvervoer in vroeger tijden. Foto: Zuiderspoor.