De blekerij is een belangrijk onderdeel van het textielbedrijf, waar garens en weefsels werden gebleekt alvorens verder verwerkt te worden. Het bleken is al een oud ambacht, maar in de 20e eeuw werden traditionele blekerijen uiteindelijk geheel door de industriële chemische blekerijen verdrongen. Blekerijen bestonden soms als onderdeel van een complete textielfabriek, maar er waren ook aparte blekerijbedrijven. In alle gevallen moest bleekloog van elders aangevoerd worden.

In 1931 leverde Werkspoor Amsterdam een viertal potten- of vatenwagens af aan de Koninklijke Nederlandsche Zoutindustrie (KNZ). Deze 'pottenwagens' waren allen voorzien van een twaalftal keramische potten voor het transport van zoutzuur en bleekloog. Beide chemische stoffen waren belangrijk in de zoutproductie, terwijl bleekloog tevens werd gebruikt om stoffen te bleken voor de Twentse textielindustrie.
De speciaal voor chemische stoffen uitgeruste vatenwagens waren daarom vaak aanwezig op het terrein van de KNZ fabriek te Bad Boekelo. De vaten bleven ten alle tijde op de wagens staan: er waren dan ook speciale los- en laadinstallaties noodzakelijk om de wagens te legen en te vullen.

In 2012 kon bij de Museum Buurtspoorweg een geheel gerestaureerde pottenwagens aan de collectie worden toegevoegd.
Foto: Sevrien Ferrée

Dit object is onder nummer 2.000.0807 ingeschreven in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.