
In de sloot bij Earnewâlde, 2006. Foto: Max Popma
Elk jaar houdt het skûtsjesilen Friesland "in de besnijing" (= in de ban). Het staat voor wedstrijdzeilen met "skûtsjes", oude vrachtschepen. Ook in 2008 werd er weer meegeleefd met de twee kampioenschappen die jaarlijks worden georganiseerd, die van de Sentrale Kommissje Skûtsjesilen (SKS) en de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen (IFKS).
Om het levensonderhoud
Wedstrijdzeilen met vrachtschepen bestaan al eeuwenlang en niet alleen in Friesland. In perioden dat er weinig werk voor de schippers was, zetten ze de huisraad aan de wal en gingen ze hardzeilen. Niet zozeer om de eer van het winnen, maar om in slappe tijden in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Gouden medailles en bokalen waren er niet te winnen, wél geldprijzen of een flink stuk spek en andere eerste levensbehoeften.
De wedstrijden werden georganiseerd door slimme kasteleins, die ook voor de prijzen zorgden. De finish was meestal bij het café, waar het publiek goed uitzicht had. En de prijsuitreiking was natuurlijk ook daar. De winnende schipper gaf een rondje en na de wedstrijd bleef het meestal nog lang onrustig.
Om de eer
In de 20e eeuw kwam de motorisering van de vrachtvloot op gang. Schippers lieten een motor inbouwen, hun zeiltuig verwijderden of kochten een nieuw (motor)schip. Steeds meer vrachtvervoer werd ook door vrachtwagens overgenomen.
Zo verdwenen de zeils
chepen en kwam de klad in deze vorm van wedstrijdzeilen. In 1953 was het bijna zover dat er te weinig skûtsjes over waren om nog een wedstrijd te organiseren. Inmiddels was echter door enkele skûtsjefanaten de Sentrale Kommissje Skûtskesilen (SKS) opgericht, die er alles aan deed om de traditie in ere te houden. Schipper Lodewijk Meeter nam het voortouw. Hij regelde voldoende schepen; er werden skûtsjes aangeschaft, niet meer om vracht mee te vervoeren, maar uitsluitend voor de wedstrijd. De opzet is geslaagd: anno 2008 bloeit het skûtsjesilen als nooit tevoren. Niet meer om het levensonderhoud, maar om de eer. Foto: IFKS
Skûtsje en tjalk
Een skûtsje is een typisch Fries zeilend vrachtschip, waarvan er in de periode 1880 - 1930 ruim duizend gebouwd zijn; eerst van hout, na 1900 van ijzer en van staal. Het skûtsje ontwikkelde zich uit de beroemde "tjalk", die een veel langere historie kent.
Met skûtsjes werd turf, terpmodder, mest en andere lading vervoerd. Om de smalle en ondiepe wateren in Friesland te kunnen bevaren ontstond een lang en plat schip, met een geringe holte. Om met een klein laadvermogen toch een beetje inkomen te verwerven, moesten de schippers snel kunnen varen. Het gestroomlijnde boeisel, de belijning en de "goed geveegde kont", maakten de skûtsjes niet alleen snel maar ook buitengewoon fraai.

De "Vijf Gebroeders" met een hoog opgestapelde deklast turf ergens aan
het begin van de 20e eeuw in Nijbeets. Foto: Skûtsjemuseum Earnewâld
Traditioneel schip of racemonster?
Toen skûtsjes alleen nog maar voor wedstrijden werden gebruikt veranderde er veel aan het uiterlijk van de schepen. Er werd steeds meer aan de schepen versleuteld om ze sneller te maken. Masten werden verlengd en naar achteren geplaatst, het zeiltuig werd uitgebreid, het onderwaterschip volkomen vlak geplamuurd en de schepen zelf worden ook flink verlengd.
Om de zaak niet te ver uit de hand te laten lopen en er voor te zorgen dat de traditionele skûtsjes geen racemonsters worden, heeft de SKS een "originaliteitsreglementen" opgesteld en de IFKS een "Omschrijving Scheepsuitrusting". Elk jaar worden de schepen gecontroleerd. Zo wordt getracht de skûtsjes, als typisch Fries erfgoed, zo origineel mogelijk te houden. Dat streven naar originaliteit wordt door de schippers zélf niet altijd in dank afgenomen. Het is een voortdurend schaakspel tussen schippers en commissie, dat elk jaar wel weer rellen oplevert. Die horen erbij en worden in de Friese pers doorgaans breed uitgemeten.
Foar de Neiteam
Aan de beide kampioenschappen doen in totaal zo'n tachtig schepen mee, die aan de orginilaiteitsreglementen van SKS en IFKS voldoen. En er wordt ook op andere manieren veel gedaan om de historie van het skûtsje voor het nageslacht te bewaren. "Foar de Neiteam" (=voor het n
ageslacht) is een project van de beide skûstje-organisaties SKS en IFKS samenwerken om zoveel mogelijk historie te documenteren. Er wordt onder andere een "stamboek" geproduceerd, gebaseerd op oude scheepsmetingen. Het project wordt ondersteund door de provincie Friesland.
Skûtsjemuseum
En in Earnewâld bevindt zich het Skûtsjemuseum, waar met behulp van foto's, modellen, gereedschappen en de geur van touw en teer het schippersleven van weleer wordt opgeroepen. Er is een werkplaats, een smederij, een zeilmakerij en een authentieke scheepsroef.
Daar wordt ook gewerkt aan een replica van de "Aebelina", een houten skûtsje in 1861 gebouwd op de beroemde werf van Eeltje Holtrop van der Zee in Joure. Het is de enige mogelijkheid om straks weer een houten skûtsje te aanschouwen; de skûtsjes die behouden zijn, zijn allemaal van ijzer en staal.
Foto's: Rechtsboven de zeilmakerij in het Skûtsjemuseum, onder de replica van de "Aebelina" in aanbouw. Foto: Skûtsjemuseum

Moet blijven
Vroeger was een skûtsje een transportmiddel en het wedstrijdzeilen een manier om wat bij te verdienen. De schippers van toen konden er geen idee van hebben, wat een spektakel het skûtsjesilen tegenwoordig is...
Een ding is zeker: een scheepstype, dat zo'n 150 jaar geleden werd ontwikkeld om stront en modder mee te varen, en waarmee nu, met wat moderniseringen, nog steeds zinderende wedstrijden gezeild kunnen worden, zo'n type moet blijven!
Meer informatie: