
Half augustus 2009 meldde het Ministerie van OCW, dat minister Plasterk graag in zou gaan op de uitnodiging voor een oriënterend kennismakingsbezoek aan de Mobiele Collectie Nederland (MCN). De aangegeven datum was 28 november 2009, de locatie Rotterdam.
Een uitgelezen plek voor een dergelijk bezoek; Rotterdam is immers al meer dan een eeuw hét centrum van transport, logistiek en mobiliteit in ons land.
Voor MCN was het hoofddoel van dit bezoek om de minister enthousiast te maken voor het erfgoed van die mobiliteit. In zijn beleidsbrief aan de Tweede Kamer van 28 september jl. met betrekking tot de modernisering van de monumentenzorg (afgekort MoMo) had hij al opgemerkt, dat hij aandacht wilde besteden aan de knelpunten rond werkend mobiel erfgoed, zoals die voortkomen uit de toenemende wet- en regelgeving op het gebied van arbo, milieu, veiligheid enz.
Het Nationaal Register Mobiel Erfgoed (NRME) zal door het Ministerie van OCW als beleids-instrument worden aangewend.
Tevens wil de minister het "Revolving Fund", zoals dat nu reeds bestaat voor het varend erfgoed uitbreiden naar de overige drie sectoren van het mobiel erfgoed (weg, rail en lucht). Daarvoor wil hij hij € 1 mln. reserveren.
Zeer vereerd
De tramremise Hillegersberg in Rotterdam was verkozen als uitvalsbasis voor deze kennismakingsdag. Bakken regen en veel wind maakten het gebouw tot een oase van rust, alsof het speciaal was ontworpen voor deze ontvangst. De minister had zijn echtgenote meegenomen en bovendien zijn Directeur Cultureel Erfgoed, de heer Bersée. MCN was zeer vereerd met dit gezelschap. Na een snelle voorstelronde langs de genodigden werd de minister door Gerard van Buuren met bestuur en medewerkers van de Stichting Romeo rondgeleid langs de prachtige, uitgebreide collectie historische Rotterdamse stadstrams.
Met verve
Uiteindelijk vertrokken we met het elektrisch motorrijtuig 515 van de RET, de beroemde "vierasser" uit de jaren 1930, voor een korte tramrit naar de Maas. Deze trams vormden toentertijd het toppunt van vernieuwend tramontwerp en waren tot in de jaren 1960 beeldbepalend in de stad. Onder leiding van trambestuurder Jan Jager mocht de minister ook zelf de tram besturen en hij deed dat met verve. De route langs het Centraal Station en over de Erasmusbrug bracht het gezelschap bij de aanlegsteiger achter het nieuwe Luxor-theater in de Rijnhaven.
Watergroet
Daar lag het motorjacht de "Maze" klaar (het voormalige directievaartuig van
de Rotterdamse Havendienst), dat koers zette naar de Nieuwe Maas. De Maze werd daarbij begeleid door een aantal historische schepen uit de collectie van het Havenmuseum, zoals de KNRM-reddingsboot Koningin Juliana, het dienstvaartuig Havendienst 2 en niet te vergeten de Volharding. Deze stoomsleper had zojuist Sinterklaas in Rotterdam afgeleverd en kon zich vervolgens luid fluitend bij de historische vloot voegen.
De Havendienst 2, in 1954 geleverd aan het Rotterdamse Havenbedrijf en een symbool van de snelgroeiende Rotterdamse haven in de jaren 1950, bracht onderweg een prachtige "watergroet" aan de minister. Ook de stevenaak Helena uit 1875 kwam langszij.
In formatie
Gelukkig werd het weer wat beter toen de Nieuwe Maas werd opgedraaid, want daar kwamen enkele historische vliegtuigen van de Stichting Fokker Four in formatie over het gezelschap heen gevlogen, een staaltje vliegkunst, dat in verschillende varianten nog enkele keren werd herhaald. Deze lesvliegtuigen (de Fokker S-11 "Instructor") waren de producten, waarmee de Fokkerfabriek na de Tweede Wereldoorlog uit zijn as herrees.
De minister begaf zich buiten aan dek om de piloten toe te zwaaien en ze via de Traxis-apparatuur van Arno van der Holst (directeur Aviodrome-themapark en MCN-bestuurslid van het eerste uur) persoonlijk te bedanken voor hun bijdrage aan de presentatie.
In het ruim
De "Maze" voer ondertussen naar de aanlegsteiger van het Havenmuseum in de Leuvenhaven. Speciaal voor deze gelegenheid had Havenmuseum-directeur en MCN-bestuurslid Rein Schuddeboom (maar ook bestuurslid Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen) een presentatie georganiseerd met de historische Figee-kraan van het museum én met een typisch jaren 1950-ensemble voor zandvervoer. Dit ensemble bestond uit de zandaak Door gunst verkregen met eigen laad- en losinstallatie en een oude GMC vrachtwagen met een zandtrechter (GMC = General Motors Corporation, jawel dezelfde). Dergelijke combinaties waren in de wederopbouwperiode overal in het land te zien. De zandaak "Door gunst verkregen" heeft nog zand aangevoerd voor de nieuwe Coolsingel in de jaren 1950. De minister klom in het ruim, om persoonlijk te helpen bij het laden van de grijper, die dit keer geen zand, maar grind omhoog hees.
Een rol in het leven
Tot slot van het buitenprogramma werd de minister opgewacht door John Pronker, MCN-bestuurslid en bestuurder van de Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs FEHAC, die voor de gelegenheid een aantal historische automobielen had verzameld. Enkele daarvan hebben een belangrijke rol in het leven van de minister gespeeld. Wellicht zal niet iedereen het achter hem gezocht hebben, maar in zijn Amerikaanse periode reed de heer Plasterk in een 1968 Chevrolet Camaro. De eerste auto van het echtpaar Plasterk was een Saab 96 en ook die was present.
Als belangrijke representant van de Rotterdamse mobiliteitsgeschiedenis stond er nog de beroemde DAF-standaardbus RET 562. Een gezamenlijk product van de naar standaardisatie en kostenbesparing strevende gemeentelijke vervoerbedrijven van Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam in die tijd. Maar zoals de rechtgeaarde Rotterdammer terecht zal opmerken, toch vooral een product van Rotterdamse "geen woorden, maar daden" mentaliteit met een belangrijke rol voor de industrieel ontwerper Wim Rietveld, zoon van de beroemde architect.
Vragen en antwoorden
Na een laatste fotosessie werd de minister in het Maritiem Museum Rotterdam ontvangen door directeur Frits Loomeijer (ook jarenlang actief MCN-bestuurder).
Een korte rondleiding bracht ons bij de afronding van het programma. MCN-voorzitter Jaap Nieweg (tevens vertegenwoordiger van de vereniging Historisch Railvervoer Nederland) sprak daarbij enkele woorden en had drie concrete vragen aan de minister:
De eerste twee vragen werden door de minister met een volmondig "ja" beantwoord, terwijl hij over de derde vraag graag samen met MCN, én met directeur Bersée, verder wil spreken (zie ook de handout bij deze bijeenkomst met de drie vragen).
Tenslotte kreeg de minister het bekende ICN/MCN-boek "Erfgoed dat beweegt" uitgereikt en sprak hij nog enkele mooie woorden, waaruit bleek dat de kennismaking met het mobiel erfgoed hem goed bevallen was.
Mensen
MCN kijkt met veel genoegen terug op deze ontmoeting, die met name door de mensen van de stichting Romeo en het Havenmuseum zeer goed georganiseerd was en mede door de enthousiaste hulp van FEHAC en de Stichting Fokker Four tot een zeer geslaagde dag werd gemaakt. De minister heeft een goede indruk gekregen van het erfgoed van de Nederlandse mobiliteitsgeschiedenis en de mensen, die zich met veel bezieling bezighouden met het behoud en de presentatie van dat erfgoed.
De stichting MCN bedankt iedereen, die hieraan heeft meegewerkt, dan ook uit de grond van het hart voor hun bijdrage aan deze belangrijke dag!
Foto's: Anton van Daal