De Canon van de Ruimtelijke Ordening
en de mobiliteit

Het Ministerie van VROM en het NIROV hebben het initiatief genomen om een Canon van de Ruimtelijke Ordening samen te stellen. Deze canon bevat tal van iconen, die direct of indirect met mobiliteit te maken hebben. Direct in de vorm van infrastructuur of indirect door bijvoorbeeld de planning van nieuwbouwwijken of ruilverkavelingen. Boeiend, leerzaam en aanbevolen.

Ruimtelijke ordening is niet veel meer of minder dan het inrichten van de ruimte door de samenleving om er een bestaan te kunnen opbouwen; om te kunnen wonen, werken en recreëren. In die zin is ruimtelijke ordening natuurlijk een eeuwenoud fenomeen. Tegenwoordig wordt het terecht vooral met de overheid geassocieerd.

Mekka van de planning
Met name in de 20e eeuw is Nederland voor veel buitenlanders het mekka van ruimtelijke planning en ordening door de overheid geworden; iets waar we best trots op mogen zijn. Een plek in het Nationaal Historisch Museum zou voor dit fenomeen niet misstaan; we hebben er in ons dagelijks leven immers voortdurend mee te maken.
Er is een sterke wisselwerking tussen inrichting van de ruimte en mobiliteit. Mobiliteit is in oorsprong vooral de oplossing van een vraagstuk dat voorkomt uit de wijze waarop de ruimte is ingericht (ik ben in A en ik wil naar B; mijn goederen bevinden zich te C en ze moeten naar D). Anderzijds heeft elke vorm van mobiliteit haar ruimtelijke consequenties.

Met mobiliteit te maken
Goed dat het Ministerie van VROM en het Nirov het initiatief genomen om een Canon van de ruimtelijke ordening samen te stellen. Deze canon bevat tal van iconen, die direct of indirect met mobiliteit te maken hebben. Direct in de vorm van infrastructuur (Zuid-Willemsvaart, Rijkswegenplan, Oudenrijn, Schiphol, de Rotterdamse haven, Randstadrail) of indirect door bijvoorbeeld de planning van nieuwbouwwijken, waar verkeersvoorzieningen nodig waren, of door ruilverkavelingen die een belangrijke verschuiving van water- naar wegverkeer met zich mee brachten.
Boeiend, leerzaam en dus aanbevolen: de Canon van de Ruimtelijke Ordening.

De tweede helft van de 20e eeuw werd onder meer gekenmerkt door het zogenaamde "Groeikernenbeleid". Dit beleid was bedoeld om de groeiende overloop van middenklassegezinnen uit de steden naar het platteland in goede banen te leiden. Omdat, anders dan de bedeoeling was, de werkgelegenheid nauwelijks mee verhuisde, bracht dat nogal wat woon-werkverkeer met zich mee. Als dé auto van de middenklasse in die tijd, de ideaaltypische 'auto van gezin en burgerman', was de Opel B-Kadett in dat verkeer zwaar oververtegenwoordigd. Foto: Wikimedia Commons.